Na een vlucht van negen uur gingen de vliegtuigdeuren open. Het heeft even geduurd voordat de werknemers van het vliegveld de trappen hebben geïnstalleerd, maar dat is het Surinaamse tempo dat we de komende twee weken voor lief moeten nemen. Een paar seconden na het openen van de deuren vliegt de vochtige junglelucht als een muur van warmte door het vliegtuig. We zijn in Suriname!


Het vliegveld van Paramaribo is niet meer dan twee enorme loodsen, die nog het meest doen denken aan aardappelschuren, met daar tussenin een oud vliegveldgebouw, nog stammend uit de tijd dat de Hollanders de baas waren. Eenmaal binnen worden we massaal belaagd door enorme muggen die dankbaar gebruik maken van de nieuwe levering vers, exotisch vlees. Oeps! De deet zit nog in de ruimbagage. Hopen dat de douane en bagageafhandeling niet zoveel tijd in beslag neemt dan maar…
De drie douaniers, die in houten hokjes zitten die duidelijk sinds de jaren ’70 niet meer zijn vervangen, zijn erg vrolijk en knopen met iedereen een gesprek aan. Bij een aantal Hollanders die Feyenoordkleding dragen grapt een douanier dat ze het land niet in mogen omdat ze kleding van Ajax hadden moeten dragen, waarop een collega weer reageert dat zijn collega totaal geen verstand van voetbal heeft. Deze mannen zorgen in elk geval voor plezier tijdens hun werk. Nadat iedereen zijn of haar deet uit de ruimbagage heeft gevist en de felbegeerde paspoortstempels heeft ontvangen, starten wij onze reis richting Paramaribo.

Hoewel we ‘maar’ een ruime 50 kilometer af hoeven te leggen, betekent dit in de praktijk dat we nog bijna 1,5 uur door de Surinaamse Amazone moeten tuffen. Deze weg, die de hoofdstad met het enige internationale vliegveld van het land verbindt, is overigens de ‘beste’ weg van het land.


We zijn al bijna een week in Suriname als we door onze Surinaamse collega studenten meegenomen worden op ‘excursie’ naar het Surinaamse binnenland. Iedereen heeft dus inmiddels kunnen wennen aan de benauwende hitte en het Surinaamse tempo. En eerlijk gezegd vind ik het fantastisch. Wat ik het meest bizarre aan het land vind, is het Nederlands!

Je zit ruim negen uur in het vliegtuig en je komt in een omgeving terecht waar niets je doet denken aan Nederland, behalve de taal. Alles en iedereen spreekt Nederlands! Je kan elkaar dus ten alle tijden goed verstaan. Heel bizar. Maar goed, we zijn onderweg naar het diepe binnenland. Na een rit van zo’n zeven uur in de relatief luxe busjes (met airco!) dwars door het steeds meer glooiende, groene landschap van de Surinaamse Amazone bereiken we het dorpje Atjoni. Het is een heel bijzonder gezicht.

De simpele asfaltweg die de ‘highway’ wordt genoemd eindigt hier letterlijk in de Surinamerivier. Op de plek waar het asfalt in het water verdwijnt, liggen een stuk of 6 korjalen klaar. Deze smalle en langwerpige boten zijn eigendom van de marrons, die de oevers van de rivieren in het Surinaamse binnenland bewonen, ver weg van de (asfalt)wegen. Marrons zijn voormalig slaven die tijdens de slavernij gevlucht zijn en zich in het binnenland gevestigd hebben, ver van de Hollanders vandaan.

Wij vertrekken na het overhevelen van de bagage in drie korjalen. Vlak voordat onze korjaal afmeert, wordt er nog even een houten bureau op de boeg van het bootje gestationeerd. Tja, er was blijkbaar toch nog een plekje over, dus dan kan deze nieuwe aanwinst van de marrons net zo goed met ons mee. Een van de marrons heet ons welkom op ‘de highway van het binnenland’. Wij moeten om zijn uitspraak lachen, maar zijn woorden liegen er niet om. Elke paar minuten komen we korjalen tegen. De ene korjaal lijkt een soort ‘lijnbus’, de andere is meer gericht op goederenvervoer. In elk geval wuiven alle marrons vriendelijk naar ons. Er zijn geen andere toeristen te bekennen.


Na een prachtige boottocht van een klein halfuur komen wij aan op Kwai Kwai, een eiland middenin de Surinamerivier. Het eiland is prachtig, een paradijsje, en wij duiken ter verkoeling direct de rivier in. Als we ’s avonds van een adembenemende zonsondergang over de rivier hebben genoten, worden we getrakteerd op een show van geluiden die wij Hollanders nog nooit hebben gehoord. Aan de overkant van de rivier sloven de brulapen zich uit, terwijl naast ons nederige optrekje een brulkikker de aandacht trekt.

Een aantal biologen onder ons heeft al snel een aantal vogelspinnen gevonden en de krekels en cicaden maken het regenwoudgevoel compleet. Grappig is dat de Surinaamse studenten het regenwoud maar heel onschuldig ‘het bos’ blijven noemen. Ik ken ‘het bos’ als het Staelduinse bos, een verzameling van bomen op een strookje oude duinen van 1 bij 5 kilometer tussen de kassen, maar het regenwoud van Suriname beslaat zo’n 80% van het land en is onderdeel van het enorme Amazone regenwoud. Ook kijken de Surinaamse studenten hun ogen mogelijk nog meer uit dan wij. Surinamers wonen voornamelijk in de kuststrook, waar ze nauwelijks de steden en dorpen verlaten. Dit regenwoud is voor deze studenten net zo nieuw als het voor ons is.


De volgende ochtend stappen we op de korjaal. We maken een tocht van zo’n 1,5 uur stroomopwaarts over de Surinamerivier. De marrons sturen hun uit één enkele boomstam gehakte boten behendig door de smalle sula’s (stroomversnellingen). Dat de marrons deze rivier op hun duimpje kennen, is al snel duidelijk. Het uitzicht vanuit de boot is waanzinnig. Aan weerszijden van de rivier zijn eindeloze rijen bomen van alle soorten en maten te zien en grote rotsblokken in de rivier verraden de komst van het zoveelste eilandje. Hoewel het gebrul verraadt dat de brulapen volop aanwezig zijn, laten ze zich weinig zien.

Ik voel me alsof ik niet veel verder van de bewoonde wereld kan zijn dan hier, maar toch verschijnt er hier en daar tussen de bomen een klein dorpje langs de rivier. Tijdens het laatste stuk van de route komen we steeds dieper in de jungle terecht. De rivier wordt smaller en de steeds vaker voorkomende sula’s worden steeds wilder. Dat levert voor ons spannende momenten op, wat weer hilarisch bevonden wordt door de marrons. De enorme zelfverzekerdheid van de mannen geeft mij toch wel een soort van vertrouwen. Het regenwoud dat steeds dichter lijkt te worden, geeft mij het gevoel dat Baloo de beer ieder moment voorbij zou kunnen drijven terwijl Tarzan en Jane over de rivier slingeren.


Suriname is een bizar land. Het ligt op het Zuid-Amerikaanse continent, maar is Caribisch. Het is negen uur vliegen, maar iedereen spreekt Nederlands. Het land is vier keer groter dan Nederland, maar heeft slechts een kleine 540.000 inwoners (waarvan ongeveer de helft in hoofdstad en enige ‘grote stad’ Paramaribo woont). Paramaribo voelt met zo’n 250.000 inwoners niet echt als hoofdstad aan. Er is geen hoogbouw en zo’n driekwart van de gebouwen is van hout. De uitspraak ‘In Suriname hebben we alle soorten hout, behalve onderhoud’, waar een Surinaamse gids ons op trakteerde, omschrijft Paramaribo misschien nog het beste op dat vlak. Desondanks is Suriname ongelofelijk gezellig en gastvrij en zijn de Surinamers onbeschrijfelijk trots op hun jonge land.
Wij waren op reis met de lerarenopleidingen aardrijkskunde (waar ik 3e-jaars student word), biologie en geschiedenis van de Hogeschool Rotterdam in samenwerking met de Opleiding tot Leraar Geografie aan de Universiteit van Suriname, Paramaribo. Met 22 studenten en drie docenten van de drie Rotterdamse opleidingen hebben wij twee weken door Suriname gereisd. Een reis door het prachtige, betoverende Suriname zou bij iedereen op het lijstje gezet moeten worden! Hieronder vind je nog een aantal prachtige foto’s van Frank zijn reis.

Disclaimer: De rechten van deze foto’s behoren niet tot GlobeGirl. De rechten behoren tot Frank, de gastblogger van dit blogbericht. Lees de disclaimer voor meer informatie.

Heeft Frank jou geinspireerd? Staat Suriname nu ook op jouw bucketlist? Laat het ons weten in de reacties!

Guy’s Choice van juli 2016 is geschreven door: Frank

Het zal jullie niets verbazen maar zijn favoriete land is Suriname. Frank gaat graag voor de lokale delicatesse en probeert het liefst alles van de kaart maar Spaanse Pintxos valt niet snel te overtreffen. Zijn bucketlist staat vol met verre bestemmingen zoals Peru, Cuba, Nieuw-Zeeland en Patagonië. Ook Frank gaat nooit op reis zonder zijn camera en zijn blauwe backpack. Het reisvirus kreeg hij te pakken na zijn reis door Marokko, waar Suzanne overigens ook te vinden was.


Meer Guy’s Choice?

~ Tom in Sydney

~ Dylan in Kroatië

~ Guus op pad met srprs.me

 

Elke laatste vrijdag van de maand vertelt een Guy op GlobeGirl over zijn ervaringen en verhalen die hij op reis heeft meegemaakt.

One thought on “Guy’s Choice: Frank over betoverend Suriname”

  1. Wauw!! 😍 Ik ben al zo lang niet meer teruggeweest naar Suriname. Suriname is prachtig! Mijn familie woont daar, dus ik hoef geen hotel te regelen. Wat ik wel jammer vind is de politieke en economische situatie daar. Maar voor de rest: Suriname is zo leuk om eens te bezoeken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

%d bloggers liken dit: